Afgelopen week had ik een assessmentgesprek ter afronding van het eerste semester van de studie die ik volg. Een samenvattend gesprek waarin ik kan vertellen wat ik de afgelopen maanden geleerd heb. Het vesprek staat in het teken van de ontwikkelingen die ik heb doorgemaakt en de punten waar ik tegen aan ben gelopen. Het is lastig zo’n gesprek voor┬á te bereiden omdat je niet goed weet wat de assessoren gaan vragen. Het gesprek heb ik gehaald en de feedback was positief, maar het gesprek liep niet zoals ik had gehoopt. Mijn doel was om de focus te leggen op mijn werk en studie, maar uiteindelijk verschoof de focus naar mijn gezondheid. Ik had veel dingen van het gesprek verwacht, maar deze wending had ik niet aan zien komen. Het werd onverwacht zeer confronterend.

Er zijn momenten dat ik het moeilijk vind op te praten over de CRPS in mijn rechterarm. Het vertellen over de aandoening is niet het probleem, het praten over de gevolgen vind ik soms lastig. Ergens zit er in mij een vechter die niet wilt accepteren dat ik steeds verder achteruit ga. Zeker na een periode van stabiliteit heb ik daar moeite mee en ben ik gefrustreerd. Ik denk na over de oorzaken van de toename van de pijn en probeer te achterhalen of ik het had kunnen voorkomen. Als ik zelf verantwoordelijk ben voor de toename van de klachten dan kan ik boos zijn op mezelf, maar 9 van de 10 keer is de oorzaak het weer of gewoon pech. En het is lastig boos te zijn op dingen waar je geen invloed op hebt.

Sinds december verslechterd de situatie snel, en nu met behulp van de tramadol druppels is de pijn behapbaar. Dat ik dus nu dat assessmentgesprek had is domme pech. Ik ben nog steeds gefrustreerd om alles en iedereen en dat komt door de pijn. Het maakt me geen leuker persoon en daar ben ik mij ook bewust van. Familie, vrienden, collega’s en klasgenoten weten ook waarom ik niet helemaal mezelf ben en dat ik fijn. Ik hoef me daardoor niet iedere keer te verantwoorden als ik een rotopmerking maak of sarcastisch ben. Toch mag de pijn geen reden zijn van mijn ongezellige gedrag en probeer ik dat echt te beperken.

Het gesprek verliep soepel en ik kreeg de mogelijkheid om veel te vertellen. In mijn verhaal benoemde ik kort en belemmering die ik had ervaren door de CRPS. Dit was voor de assessoren de mogelijkheid om hier verder op in te gaan door vragen te stellen. Ik weet niet zo goed meer waarom ik het benoemde, waarom ik bij dit verhaal terecht kwam, maar ik weet wel dat ik hiermee mezelf in de vingers gesneden heb. En dat heb ik gevoeld. Want hoe betrokken en oprecht geïnteresseerd de assessoren ook waren, ik moest nu gaan praten over een onderwerp waar ik nu op dit moment moeite mee heb. En als je jezelf dat openstelt om over jezelf te vertellen bij een beoordeling, dan kun je dat niet ineens uitzetten. Tenminste ik kan dat niet, met als gevolg tranen en een hoop frustratie wat ik geuit heb tijdens het gesprek.

Toen ik hoorde dat ik een voldoende had voor het gesprek kreeg ik feedback die ik niet had in zien aankomen. Naast de complimenten die ik kreeg over mijn ontwikkeling en openheid kreeg ik de tip om rust te vinden. Niet alleen in mijn soms snelle manier van praten, maar ook in mijn leven. Ondanks dat je alles in balans hebt is er bij pijn snel een onbalans. Zorg ervoor dat die balans minder op spanning staat, zodat de onbalans opgevangen kan worden. Zoek een manier om comfortabel te zijn met wat je kunt doen en niet te willen evenaren wat leeftijdsgenoten kunnen doen. Doe wat je belangrijk vind om te doen en blijf daar plezier in houden. Zorg dat je de rust momenten neemt die je nodig hebt om je daarna weer te focussen en accepteer dat wat je kunt doen genoeg is.

Je snapt wel dat ik dit vol verbazing aan heb gehoord. Deze mensen, welke ik nooit eerder heb gesproken, hebben na een gesprek van 27 minuten de vinger op de zere plek gelegd. Dat stukje accepteren en loslaten wat ik niet kan is nu iets geworden wat andere aan mij zien. Een doel waar ik aan moet werken omdat ik dit niet nog jaren zo kan volhouden. Om eerlijk te zijn heb ik geen idee hoe ik hieraan ga werken, maar het negeren is geen optie meer. Maar eerst ga ik nu echt rust nemen aangezien het volgende semester pas over 3 weken begint. Drie weken rust van school, dat is een goed begin toch?

Liefs, Kim