Afbeelding by Breakingpic

Verwerken… Hoe doe je dat nou? Zoals vele wel weten is het ontdekken van een ziekte een grote schok die een flinke impact heeft op je leven. Laat staan de behandeling, revalidatie en allerlei poespas die om de hoek komen kijken moet je ook nog eens verwerken dat je nooit meer de oude jij zal worden. Voor mij werkte therapie niet volledig. Dus deed ik waar ik denk waar ik goed in ben. Erover schrijven.

Voor ik ziek werd, had ik altijd al de gewoonte een dagboek bij te houden. Dit heb ik dan ook meer bijgehouden in de momenten dat ik zieker werd. Ik ben begonnen met een opzet en ik heb deze uitgewerkt in de vorm van een soort dagboek. Voor de geïnteresseerden heb ik een paar bladzijdes hieronder geplaatst over hoe het allemaal begon.

Uiteindelijk is mijn doel  het te kunnen publiceren. Maar het allerbelangrijkste voor mij is dat ik mijn ziekte tijdens het schrijven beter leer te begrijpen en beter leer omgaan met de verschillende kanten van ziek zijn. De fijne kanten: mensen die voor je klaar staan, erkenning van mijn klachten en de minder fijne kanten: eenzaamheid, verlies van vrienden waarvan ik dacht dat ze er voor me waren in tijd van nood. Alle verschillende fases doorloop ik uiteindelijk. Maar ook de gewone struggles in het leven die erbij komen. Zoals het behalen van mijn rijbewijs, op mezelf gaan wonen enzovoort.  Zie hier het begin van mijn boek Het zit allemaal tussen je oren

Donderdag 15 Augustus 2013

Het is 9:30 uur. Ik zit samen met mijn ouders in de wachtkamer MCA (welbekend als het Alkmaar Medisch Centrum). Normaal gesproken ga ik liever in mijn eentje naar mijn doktersafspraken maar nu moesten mijn ouders per sé mee. Eigenlijk vind ik dat stiekem ook weer niet zo erg. Als mijn bevindingen juist zijn en ik dan “helaas” wel mijn gelijk krijg is het geen zoete koek en is het misschien maar prettig dat ook zij het van de arts zelf horen. ‘Ik ga nog even snel plassen, voordat we naar binnen worden geroepen.’ hoor ik mezelf tegen mijn ouders zeggen. Ik loop een stukje terug en vind al snel de wc. Ik stap naar binnen en het licht knippert automatisch aan. Snel loop ik één van de twee wc’s in en doe mijn plas. Ik moet de laatste tijd zoveel plassen dat ik er moe van word. Ik hoor mezelf denken: wat een gezeik steeds dat altijd maar moeten plassen. Zal dat er ook bij horen? Ik trek mijn ondergoed weer aan en mijn legging omhoog en mijn rok goed, ik draai me om en druk op het knopje om door te spoelen. Ik mis die tijd dat ik gewoon een spijkerbroek aan kon trekken. Zonder problemen, dat het lekker zat en ik me goed voelde. Ik slaak een diepe zucht en ik loop de wc uit, de hal in en was mijn handen onder de kraan. Ik kijk in de spiegel en ik ben niet tevreden met wat ik zie. Jezus wat is er met mij gebeurd? Ik herken mezelf niet meer terug in mijn eigen spiegelbeeld en ik vraag mezelf af, HOE HEB IK HET ZOVER LATEN KOMEN?. Ik kijk naar mezelf en walg van wat ik zie. 118 kg aan vet. Ik voel me een hork, opgezet en alles behalve mooi. Diep bedroefd zet ik de kraan uit en droog ik mijn handen aan de papieren doeken die aan de muur hangen. Ik kijk nog een laatste keer in de spiegel en zet een lach op. ‘Het gaat prima met me’ zeg ik tegen mezelf en ik loop terug naar de wachtkamer waar mijn lieve moeder en vader met koffie op me zitten te wachten. Er komt een dokter de wachtkamer binnen gelopen. Ik zie hem op zijn blaadje kijken. Knappe jonge dokter, die mag mij wel onderzoeken hoor ik mezelf nog denken. ‘Mevrouw Turkenburg?’ roept de beste man. ‘Present’ roep ik. Ik sta op en mijn ouders volgen. Dokter knap geeft me een stevige handdruk en stelt zichzelf voor. ‘Ik ben dokter Waterman, arts-assistent interne geneeskunde, volgt u mij maar naar de spreekkamer.’ Nadat we allemaal handjes hebben geschud lopen we in stilte achter dokter knap aan.

Ach een assistent, niet zo gek natuurlijk op zo’n jonge leeftijd, ik schatte hem rond de 33. Hij is lang, heeft bruin haar en praatte gewoon heerlijk normaal Nederlands. Niet zo bekakt of in dokterstaal. Wat ik persoonlijk wel fijn vind, want ja soms kan ik die dokters niet helemaal volgen in hun bewoording.

‘Gaat u zitten. Ik heb uw gegevens erbij gepakt en we willen graag aanvullend onderzoek doen. We willen eigenlijk voor de zekerheid weer een 24-uurs urine test bij u doen en een bloedonderzoek, als daaruit blijkt dat uw waardes hoog liggen gaan we nog een aanvullend hormoononderzoek doen wat hier ook allemaal gaat plaatsvinden op de poli. Kunt u zich hierin vinden?’ Ik kijk naar dokter Knap en naar mijn ouders. ‘Ik ben al blij dat jullie mij nu in ieder geval  serieus nemen en onderzoek willen doen. Dus ja, hier kan ik mij wel in vinden.

Hoelang gaat het duren voordat ik aan de beurt ben? En wat houden die onderzoeken allemaal in?’ Ik begin nerveus aan mijn mouw te trekken. Eigenlijk ben ik geen bangeschijter, prikken vind ik helemaal niet eng en ik deins niet snel terug voor onderzoeken. ‘We geven je een paar bokalen mee’. Begint dokter Knap. ‘Hierin vang je je plas over 2 dagen op. Het beste is als je aankomend weekend start met het verzamelen. Als je op maandag de bokalen inlevert, kom je nuchter naar de polikliniek. Hier brengen wij een infuus in en moet je even drie kwartier op rust. Je mag dan niet praten, eten, drinken of lezen. Gewoon totale rust, anders kan dat de test beïnvloeden. Na die 45 minuten komt er een zuster bloed afnemen vanuit je infuus. Hierin meten we je Cortisol (stresswaardes). Daarna word je infuus verwijderd en krijg je twee tabletten Dexamethason mee naar huis die je die avond rond 22:00 uur in moet nemen. De volgende ochtend kom je weer om 9:00 uur nuchter en doen we hetzelfde riedeltje.

De Dexamethason onderdrukt het stresshormoon. Dus als wij die de volgende ochtend meten in je bloed moet die laag zijn, als dit niet het geval is, gaan we over op de hormoon bloedtest. We kunnen niet meteen de meting zien van het bloed, dus daar word je dan over gebeld. Verder wil ik nog je bloeddruk meten en bij de volgende afspraak moet je je een half uur eerder melden zodat we je een half uur lang kunnen meten op je bloeddruk. Is dit duidelijk en zijn er nog vragen?’ Bedwelmd van de uitleg kijk ik dokter knap aan en begin nerveus te lachen. ‘Ik heb er een ton, maar voor nu moet ik alles maar weer op me af laten komen en de uitslag afwachten’. ‘Dat is correct, u kunt hier bij de balie een afspraak maken en we zien elkaar snel.’ Dokter knap geeft me nog een stevige hand en voor ik het weet staan we weer in de wachtkamer.

‘Nou, dat was kort en krachtig’ hoor ik mezelf zeggen. ‘Veel wijzer zijn we nog niet geworden, maar ja, wat wil je dan? De enige waardes die hij heeft zijn die de dokter heeft doorgestuurd op aandringen van mij om die überhaupt te meten. Dus dat ik nu eerst aanvullend onderzoek krijg is natuurlijk niet zo vreemd. Ik kijk mijn ouders aan. Ik weet wat ze eerst dachten. Ik heb het zelf ook heel lang gedacht. Dat het allemaal tussen mijn oren zat, dat ik de kilo’s eraan gegeten heb. Dat ik mezelf dit allemaal aangedaan heb… Ik heb er lang mee rondgelopen, ik zag mezelf steeds dikker worden. Ik heb er ook veel om gejankt. Ik slaag een diepe zucht en loop naar de balie om de afspraken te maken. ‘We gaan het meemaken.’ Hoor ik mezelf nog zeggen.

Tien minuten later stonden we weer bij de auto. ‘Ik rij’ zeg ik voor de grap tegen pap. ‘Haha, eerst je rijbewijs en dan mag je rijden’. Lachend doet hij de deur open en schuift de stoel naar voren. Ja, dat dit oude bokkeding nog rijdt is mij ook een raadsel. Ach, het heeft vier wielen, een dak en het brengt ons van A naar B, dus we mogen niet klagen. Maar ik gok zo dat deze groene Daewoo het niet lang meer vol zal houden.

Tot zover de eerste paar pagina’s en wie weet komt het ooit wel uit.

Liefs Do